Het internet is een boerderij en wij zijn de veestapel

Het internet is veranderd. Waar het ooit begon als klein netwerk voor wetenschappers, is het inmiddels een digitale publieke sfeer geworden. Een plek van vrije meningsuiting, kennisvergroting en contact met de wereld. Dat is het positieve perspectief.

In feite is het web het domein geworden van multinationals zoals Google, Facebook, Apple, Microsoft. Ze hebben grote invloed op de W3-webstandaarden en sponsoren zelfs de World Wide Web Foundation1)Web Foundation (2016). Our Funding. Het internet is eerder een geldfabriek, waar het individu vee is waarvan data wordt geoogst. Shoshana Zuboff noemt dit surveillance capitalism2)Zuboff, S. (2015). Big other: surveillance capitalism and the prospects of an information civilization. p. 79 3)Zuboff, S. (2015). The Secrets of Surveillance Capitalism. Maar kunnen we, zoals de dieren in Animal Farm van Orwell, in opstand komen als de boer minder zorgzaam wordt?

De ziekteverschijnselen van het internet

Op 12 maart publiceerde de WWWF een brief van hun oprichter – tevens uitvinder van het internet – Tim Berners-Lee4)Web Foundation (2017). Three challenges for the web, according to its inventor.. Hij heeft de afgelopen 28 jaar de ontwikkelingen gezien en kaart in zijn brief drie problemen aan. Twee daarvan haken in op dat surveillance capitalism: “We zijn de controle over onze persoonlijke data kwijt” en “De politieke marketing op het web is schimmig” [redactie: met de Filter Bubble als oorzaak5)Pariser, E. (2011). The Filter Bubble: What The Internet Is Hiding From You.]. Hij schrijft dat we samen met de webbedrijven moeten kijken hoe we de grip op onze data terugkrijgen. Bijvoorbeeld door microbetalingen voor diensten. Ook wil hij de algoritmes transparanter en je data decentraliseren.

Samenwerken met hypocriete PRISM-bedrijven

De internetbeheersende bedrijven onderstrepen de noodzaak van privacy.  “…we believe it’s important that you have control over who can and cannot access your personal data in the cloud.”, schrijft Microsoft6)Microsoft (2017). Privacy in OneDrive., terwijl zij de Amerikaanse overheid ondertussen van toegang voorziet tot diezelfde data. Daarnaast zorgen de vaag geformuleerde privacy policies van deze bedrijven niet voor beveiliging van gebruikersgegevens. Het legt enkel de verantwoordelijkheid voor de privacy van data bij de gebruiker7)Kumar, P. (2016). Privacy policies and their lack of clear disclosure regarding the life cycle of user information.. De vraag is of overleggen met deze bedrijven, die geen baat hebben bij het veranderen van de situatie, zal helpen.

Algoritmes aanscherpen

De sociale impact van automatische prijsbepaling en bijvoorbeeld recruitment zijn enorm. Een team onderzoekers van verschillende universiteiten heeft 5 principes voor algoritmes gepubliceerd8)FAT/ML (2017). Principles for Accountable Algorithms and a Social Impact Statement for Algorithms.. Hiermee kunnen ontwikkelaars de publieke verantwoordelijkheid van hun algoritme tegen het licht houden. Dit is zeer vrijblijvend en veel illegale praktijken zal dit niet tegenhouden.

Een gedecentraliseerde datakluis

Tim Berners-Lee werkt momenteel aan Solid; gedecentraliseerde individuele ‘data pods’ voor elke internetgebruiker. Dit is een kluis met jouw data, waarbij je zelf instelt welke applicaties toegang hebben tot welke data. Activist, ontwerper en ontwikkelaar Aral Balkan pleit ook voor een internet of people, waar je gegevens en slimme apparaten verbonden zijn aan je privénetwerk.

Everyone has their own place on the Internet that all their devices connect to.
An Internet of people. Aral Balkan (2017)

De snelste route naar ‘het internet dat we willen’ ligt in onze eigen handen. Ontwikkelaars en bedrijven kunnen invloed uitoefenen. De gewone burger kan kiezen voor politici die de grote ‘internetboeren’ aan banden kan leggen. Banden die hen niet afsnijden, maar juist buitensporige wildgroei voorkomen.

Microbetalingen for the win

Maar boven alles is het belangrijkste dat we ons bij de internetgiganten kunnen beroepen op onze rechten. Dat lukt niet als hun diensten gratis blijven en wij daarvoor ‘betalen’ met onze data. Pas als we hun diensten vergoeden met microbetalingen (zoals bij Blendle), kunnen we invloed op deze PRISM-bedrijven uitoefenen. Want wie betaalt, die bepaalt.

References   [ + ]

Geïnformeerde naïviteit

Een trendrapport over de Digitale Cultuur

In samenwerking met gastauteur: Jurre Brandsen

Na generatie Y, de millennials, de groep die de digitale revolutie heeft meegemaakt (Van Gaalen, 2014), is er sinds 1995 ruimte gemaakt voor generatie Z. Zij groeien op in een digitaal tijdperk waar de driedimensionale wereld wordt verrijkt met een vierde dimensie van eenen en nullen. Communiceren, werken, leren, inspireren en leven verschuift steeds meer naar die virtuele laag. We leven in een cyborg-maatschappij.

Na het ontstaan van generatie Z is in 2010 het metamodernisme (Vermeulen & Van den Akker, 2010) ingeluid. Deze stroming wordt gekenmerkt door een nonchalante insteek: “we zijn ons bewust van onze grenzen en beperkingen, maar proberen het toch.” Vermeulen en Van den Akker noemen dit “geïnformeerde naïviteit” en “pragmatisch utopisme”.

We gebruiken ál onze elektronische apparaten om de digitale en driedimensionale wereld te verbinden. Maar we willen meer. We willen leven in de digitale wereld. Zo bevinden VR en AR zich al in de ‘slope of enlightenment,’ (Gartner, 2016) terwijl dit tien jaar geleden nog hot topic was in science fiction. Los van gaming worden deze technologieën steeds breder ingezet voor educatie (VR EXPERT, 2016) en werk (Zuckerberg, 2016).

   

Er zijn ook realisten. Zo schrijft bijvoorbeeld Manfred Spizer in zijn boek “Digitale dementie: hoe wij ons verstand kapotmaken” (2013), kritisch over de digitale dimensie. Hij vergelijkt de digitale dimensie met dementie. We gebruiken digitale methodes als externe opslagplaats, en hoeven zelf maar weinig te onthouden en vergeten sneller. Dit begrip wordt directed forgetting genoemd. Juist door iets zelf te leren of mee te maken onthoud je beter en train je je geheugen.

De vierde dimensie, die voor voor ons een virtual reality is, versmelt steeds meer met de driedimensionale wereld. Het wordt een real virtuality (Neuhaus, R. John, 1998). De ontwikkelingen in technologie en wetenschap werken dat tevens in de hand. De vernieuwingen gaan zo snel, dat er weinig tijd is voor een kritische en ethische vragen over het ontstaan van de real virtuality. We geven onze data gratis weg aan grote organisaties die deze Big Data slim gebruiken en verkopen. Dat weten we al te goed dankzij de wereldwijde media. Maar het brengt ons ook veel gemak. Dankjewel metamodernisme voor de geïnformeerde naïviteit.

 

 Verder verdiepen


Heeft fingeren wel zin?

“Ik heb zo al mijn vragen wel gehad. Dankuwel voor uw tijd”, reageer je wat onhandig als je ziet dat je het eind van je vragenlijst hebt bereikt. Je interviewee (is er eigenlijk al een woord voor degene die wordt geïnterviewd? Bij gebrek nu het alternatief: ‘interviewee’) kijkt wat bedrukt jouw kant op en vraagt: “wie gaan dit eigenlijk allemaal lezen?”

Oei, blijkbaar heeft de interviewee dingen uitgesproken die toch niet elk willekeurig en nieuwsgierig mens ter oren moet komen. Je geeft netjes aan welke mensen de uitwerking onder ogen krijgen en dat het interview meer als input dient voor het grotere onderzoek. Je biedt nog beleefd aan om de naam van de wat te veel prijsgegeven persoon tegenover je te fingeren. Maar maakt dat eigenlijk een verschil? Is zijn/haar privacy nu gewaarborgd?

Naasten of vreemden

Zeker wanneer het gaat om een interview onder medewerkers, zal voor collega’s snel te merken zijn van wie de antwoorden kwamen. Mensen uit hun dichtbije kring kunnen de persoon immers identificeren op basis van wat ze zelf al weten van hem/haar en dus terug kunnen vinden in het interview. Dan maakt het ook niet uit of de naam van de interviewee is weggelaten of gefingeerd. Collega’s of leidinggevenden weten het toch wel.

Is het verbergen van naam en toenaam — en daarmee de privacy van je interviewee — dan alleen effectief naar mensen die niet uit hun nabije kring komen? Neem nou een online artikel van een interview met ‘Joost’ die zijn moeder heeft verloren en op bijzondere wijze daarin God ontdekt. Het fingeren van zijn naam maakt voornamelijk dat zijn inspirerende verhaal de klemtoon krijgt en niet wie hij zelf is. Maar ja, wie hij is is voor een onbekende toch überhaupt niet interessant? En een bekende van die ‘Joost’ zal toch zijn verhaal wel herkennen. Zit er dan een lange termijn doel aan vast? Dat het internet na een paar jaar niet alles over ‘Joost’ weet en het allemaal netjes chronologisch gesorteerd in de database van Google staat? Wellicht.

Hoe dan wel?

Je zit nog tegenover de wat blootgegeven medewerker. “Heeft fingeren eigenlijk wel zin?”, vraag deze aan je. Verhip. Niet aan gedacht. Is het dan niet beter om het interview wel te transcriberen, de naam te fingeren én zijn/haar antwoorden per vraag los te koppelen en te groeperen met de andere respondenten?

Een metafoor

Zie het als een aantal auto’s van verschillende merken. Allemaal te identificeren. Echte kenners kunnen dit zelfs wanneer ze allemaal zwart zijn geverfd en de emblemen zijn verwisseld. De enige oplossing is het demonteren van de auto’s en de onderdelen te groeperen op categorie. De verschillen tussen bumpers, motorblokken, ruitenwissers lampen, stoelen zijn nog te zien, maar het terugleiden ervan naar het juiste voertuig is toch haast onmogelijk.

Laat dit dan de standaard zijn voor écht wetenschappelijke onderzoeken.