Het is een zonnige dag in het park. Iedereen is naar buiten, de zon tegemoet. Een gezin is neergeploft op een picknickkleed, twee jongens ketsen omstebeurt stenen over het wateroppervlak, een dame jogt op rap tempo over het zandpad, een kleine en grote hond jagen elkaars staart achterna en op een bankje scheppen twee ouderen op over wie de grootste vis kan vangen.

Er wordt overal gespeeld

Als je het Johan Huizinga vraagt, is iedereen op deze zomerdag in het park aan het spelen. Johan was een Nederlandse cultuurfilosoof en antropoloog in de jaren 30 die als grondlegger van het definiëren van spel wordt gezien. In zijn boek “Homo Ludens. Proeve eener bepaling van het spel-element der cultuur”, dat inmiddels als basisboek dient voor dit onderzoeksgebied, ligt hij die gedachte toe. Zo zijn de honden in het park niet domweg aan het jagen, maar zijn er ‘spelregels’ dat ze elkaar zachtjes happen en niet doorbijten. Ook de twee jongens spelen. Het gooien van stenen op het water is vermakelijk, maar draagt niet bij aan hun primaire levensbehoeften, aan het overleven of in leven blijven.

Huizinga stelt dat spel in het hart van de natuur zit verweven: “Het spel is iets meer dan een louter physiologisch verschijnsel of physiologisch bepaalde psychische reactie. Het overschrijdt als zoodanig de grenzen van zuiver biologische of althans zuiver physische activiteit. Het spel is een zinrijke functie. In het spel ‘speelt’ iets mee, wat buiten de onmiddellijke zucht tot levensbehoud uitgaat, en in de handeling een zin legt.” (Huizinga, 1938 1)Huizinga, J. (1938, 1ste druk 1950). Homo ludens. Proeve eener bepaling van het spelelement der cultuur. Amsterdam: Atheneum Boekhandel Canon. http://dbnl.nl/tekst/huiz003homo01_01/huiz003homo01_01.pdf)

Een definitie

Is alles dan een spel? Als er nu twee professionele vissers op het bankje hadden gezeten, en met elkaar discussieerden over hun viskunsten, is dat dan ook spelen? Het liefst hebben we handvatten, een definitie, om te herkennen wat spel is en wat niet. De Nederlandse Huizinga, de Russische Lev Vygotsky, de Franse Roger Caillois en de Amerikaanse Kenneth Rubin2)Rubin, K.H. & Bukowski, W. M. & Parker, J. G. (2006) Handbook of Child Psychology. https://www.researchgate.net/publication/228017617_Handbook_of_Child_Psychology hebben voor hun onderzoek daarom allemaal hun eigen definitie van ‘spel’ gegeven. De Amerikaanse Peter Gray heeft ze in 2013 naast elkaar gelegd en op basis daarvan een nieuwe definitie voor ‘spel’ of ‘speels’ geschreven.

“Play is an activity that is self-chosen and self-directed (1); intrinsically motivated (2); guided by mental rules (3); imaginative (4); and conducted in an active, alert, but relatively non-stressed frame of mind (5).” (Gray, 2013 3)Gray, P. (2013) Definitions of Play. Scholarpedia, 8(7):30578., revision #132587)

1. Self-chosen and self-directed

Het gaat hier om het feit dat de speler de vrije wil heeft om deel te nemen aan en te stoppen met het spel. En niet alleen of je speelt, maar ook hoe je speelt. Wat je stijl is en hoe je met de spelregels omgaat. Dat slaat op ‘self-directed’. Je hebt vrijheid in het spel. Ook al is er bij sommige spellen sprake van een leider, dan is deze altijd aangesteld door de spelers en staat deze ten dienste van het spelverloop. Deze zal zijn macht niet misbruiken, omdat de spelers anders de vrijheid van het ‘stoppen’ aangrijpen – herkenbaar als “A B C, ik kap ermee” – en daarmee het spel vervalt.

2. Intrinsically motivated

De motivatie om te spelen komt niet van buitenaf. Het komt van binnenuit. Meer nog: het spelen heeft geen doel. Het spelen zelf is het doel. Men doet saai werk voor geld, rent weg voor een tijger en krabt als hij jeuk heeft. Maar zonder geld, tijger of jeuk zou men niet werken, rennen of krabben. Bij spelen is dat wel zo. Een noot: wanneer de spelers deelnemen omdat zij uit zijn op de trofee, de beloning, dan zijn zij niet werkelijk aan het spelen. Er is in de natuur een onderscheid te maken tussen competitie en spel (Bekoff & Byers, 1998 4)Bekoff, M. & Byers, J. A. (1998). Animal play: evolutionary, comparative, and ecological perspectives. Cambridge, UK: Cambridge University Press. https://books.google.nl/books/about/Animal_Play.html?id=jkiTQ8dIIHsC ). Het leiderschap van een roedel wolven wordt verworven door gevechten, terwijl stoeien slechts vermakelijk is. Bij mensen is dat onderscheid minder duidelijker. Spel en beloning overlappen elkaar vaker. Dit komt omdat mensen beloftes kunnen maken. Denk bijvoorbeeld aan de weddenschappen in de kroeg, waarbij de verliezer een rondje moet geven.

3. Guided by mental rules

Vooral Vygotsky (1978) gaat op dit punt in. “A child’s greatest self-control occurs in play.” en “At every step the child is faced with a conflict between the rules of the game and what he would do if he could suddenly act spontaneously” 5)Vygotsky, L. S. (1978). The role of play in development. Cambridge, MA: Harvard University Press. http://www.colorado.edu/physics/EducationIssues/T&LPhys/PDFs/vygot_chap7.pdf . Spel is dus vrijwillig, maar is niet ongestuurd. De structuur van het spel komt vanuit de speler zelf (soms tijdens het spelen) of vanuit andere spelers (bij sociale multiplayer spellen). Wat die regels precies zijn, verschilt per soort spel. Dit kunnen afspraken in handelingen zijn, maar ook dat elke speler “in zijn rol” moet blijven of “elkaar niet bezeert”. De mentale regels zijn daarbij wel flexibel en geven ruimte voor creatieve invulling. Een spel waarbij elke handeling een vooraf afgesproken regel is, komt volgens Peter Gray meer in de buurt van een ritueel.

4. Imaginative

Een spel is altijd in meer of mindere mate gedistantieerd van de ‘echte wereld’. Een stoeipartij is een denkbeeldig gevecht, niet een echte strijd om leven en dood. Het spelen van Risk gaat immers ook niet om het uitdenken van oorlogsstrategieën, maar om het denkbeeldig creëren van een wereldmacht. Huizinga en Vygotsky hebben hier hun blik op laten schijnen. Vygotsky noemt, rond dezelfde uitspraak over mental rules, dat het solo-spel van kinderen vaak het omgekeerde van hun wereldse handelingen bevat. In hun spel is een snoepje giftig en oneetbaar. Dit is ook terug te zien in het programma ‘Het geheime leven van 4-jarigen’ waar kinderen beslist niet van de taart in het midden van het lokaal mogen eten (EO, 2017 6)Evangelische Omroep (2017) Het geheime leven van 4-jarigen. https://www.npo.nl/het-geheime-leven-van-4-jarigen/VPWON_1265012 ). De oplossing voor hun drift is het spelen van een denkbeeldig spel waarbij de taart een museumstuk is dat schoongehouden moet worden met een plumeau. Huizinga bekijkt de distantie bij spel voornamelijk door zijn culturele bril. De alternatieve realiteit van spel is volgens hem de motor voor culturele innovaties en ontwikkelingen. De ‘ruimte’ van spel buiten het dagelijks leven zorgt voor creatieve vrijheid die niet gebonden is aan de verwachtingen en taken van alledag.

5. Conducted in an alert, active, but relatively non-stressed frame of mind

De bovenstaande vier punten zorgen voor dit laatste vijfde punt. Wanneer een speler meedoet aan een spel, wordt van hem gevraagd om een cognitief actieve houding aan te nemen. Dat is nodig om de fantasiewereld te begrijpen, de mentale regels die daar gelden te handhaven, maar ook om creatief mee om te gaan. Het moeten zoeken naar creatieve oplossingen voor die mentale regels, die begrenzingen, is het verzadigende effect van spel voor de hersenen. Dat is volgens neuroloog Erik Scherder (2014 7)Scherder, E. (2014). Laat je hersenen niet zitten. ISBN: 9789025304522 ) immers waar spel om gaat: het houdt de hersenen actief door het brein te stimuleren en trainen. Zo dienden de respondenten na 6 – 15 minuten in een lege kamer te zitten, zichzelf al een elektrische schok toe om de verveling van de hersenen tegen te gaan (Wilson, 2014 8)Wilson, T. D. (2014). Just think: The challenges of the disengaged mind. Science vol 345. http://science.sciencemag.org/content/345/6192/75/tab-pdf). Het non-stressed kunnen spelen is een bijkomend effect van de distantie van het spel. De keuzes die de speler in het spel maakt, hebben geen directe gevolgen voor zijn/haar leven. Daarbij zorgt de mentale aanwezigheid bij het spel, ook wel ‘flow’ (Csikszentmihalyi, 1990), voor alertheid en afname in besef van zichzelf en de tijd. Die psychologische staat is perfect voor creativiteit en het leren van nieuwe vaardigheden.

Verschillende soorten spel

Nu weten we wat spel is en wat niet. Maar we kunnen een stap verder gaan. We kunnen proberen de vormen van spellen die er zijn te groeperen. Roger Caillois en Edith Vermeer hebben dat geprobeerd. Caillois heeft vier categorieën bedacht: agôn, alea, mimicry en ilinx (Caillois, 1958). Dit gaat over het spel van competitie, het kansspel, het rollenspel en het spel van risico’s opzoeken voor de kick. Ook Edith Vermeer maakte onderscheid in vier spelcategorieën bij voornamelijk kinderen: sensopathisch, hanterend, esthetisch en verbeeldend spel (Kwakkel-Scheffer, 2006 9)Kwakkel-Scheffer, J.J.C. (2006). Het belang van spelen op school. In  Puur plezier op de basisschool (pp. 13-26). Leuven: Acco.). Dit gaat over het prikkelen van je zintuigen, interactie hebben met objecten, iets maken met het oog op esthetiek en het fantasierijke rollenspel. Hieronder staat een poging van Lennart Klein tot het opnieuw classificeren van spelen, met het oog op de motivatie om deel te nemen aan het spel. De twee onderzoekers zijn daarbij als uitgangspunt genomen.

Motivatie voor spel (Klein, 2017)

Klein Caillois Vermeer
Uitdaging agôn hanterend spel
Nieuwsgierigheid alea
Ontvluchten mimicry verbeeldend spel
(Nieuwe) ervaring ilinx sensopathisch spel
Creatie esthetisch spel

Vals spel

Koning Knoet de Grote was koning van Engeland, Denemarken en Noorwegen in 990 na Christus. Zoals beschreven in een oud boek uit Stockholm, stonden hij en zijn hof bekend om het fanatiek spelen van schaak en dobbelspellen. Op een dag ontving hij Graaf Ulf Thorgilsson, graaf van Denemarken, aan zijn schaaktafel. Het duurde niet lang of de koning deed een valse zet, waarop de graaf reageerde met het afnemen van een paard van de koning. Dat stond de koning niet toe, zette zijn stuk terug en stond erop dat hij als koning andere regels mocht toepassen. Graaf Ulf liet niet over zich heen lopen, wierp het bord omver en vertrok richting de deur. “Ulf, thou coward, dost thou flee?”, riep de koning hem na en nog diezelfde avond gaf hij het bevel om Ulf te laten vermoorden 10)Kling & Horwich (1852). Chess Player, Volumes 1-4. Londen: R. Hastings. www.books.google.nl/books?id=KvgBAAAAYAAJ.

Vals spel zegt veel over het spelen zelf. Want wat zorgt ervoor dat spelers het spel blokkeren, ontwijken of beter presteren dan ze kunnen? Allereerst zal er geen cognitieve beloning – zoals uitdaging, verbazing, fantasie, ervaring of creatie – voor het spelen moeten zijn. Daarentegen is er competitie (agôn, volgens de typering van Caillois) en ligt de motivatie buiten het spel. Verliezen is geen optie. Winnen geeft voldoening. Het hacken van een gokmachine gaat bijvoorbeeld om het winnen van geld. Niet om 3 gelijke stukjes fruit die willekeurig naast elkaar verschijnen. Ook ging het schaakspel tussen de koning en de graaf niet om het spel, maar om de machtsverhouding.

Bij zowel solo als social play (waarbij andere spelers betrokken zijn) is vals spel dus te vinden. Het niet houden aan de (mentale) regels van het spel kan bij social play, zoals eerder genoemd, leiden tot afhakende medespelers. Evenals graaf Ulf die wegliep. Daarom is de kunst van het valsspelen het verborgen houden van de illegitieme daad. Denk bijvoorbeeld aan de mechanische Turk uit 1769. Een schaakrobot die het van de beste schakers op aarde kon winnen. Dit spel was een uitdaging (of agôn, zoals Caillois het typeert). Het doel was het verslaan (en wellicht ontmaskeren) van deze ‘mechanische’ schaakspeler. Tussen 55 jaar lang is de goocheltruc op tournee geweest voordat het vals spel werd ontmaskerd.

Samengevat

Het antwoord op de vraag “wat is spel?” komt grotendeels terug in de definitie van Peter Gray. In zijn vijf kenmerken komt duidelijk naar voren dat de speler een vrije wil heeft en zich voor even naar een alternatieve realiteit waant. Het spel staat even centraal. Wanneer andere zaken buiten het spel toch belangrijker zijn, mag dat volgens Bekoff en Byers geen spel heten. Spelen is vluchten van het alledaagse. Het ontspant, verfrist en traint de hersenen. Spel is dus een prachtig natuurlijk mechanische waar elk levend wezen tegelijk fysiek als cognitief gezond van blijft.

References   [ + ]

1. Huizinga, J. (1938, 1ste druk 1950). Homo ludens. Proeve eener bepaling van het spelelement der cultuur. Amsterdam: Atheneum Boekhandel Canon. http://dbnl.nl/tekst/huiz003homo01_01/huiz003homo01_01.pdf
2. Rubin, K.H. & Bukowski, W. M. & Parker, J. G. (2006) Handbook of Child Psychology. https://www.researchgate.net/publication/228017617_Handbook_of_Child_Psychology
3. Gray, P. (2013) Definitions of Play. Scholarpedia, 8(7):30578., revision #132587
4. Bekoff, M. & Byers, J. A. (1998). Animal play: evolutionary, comparative, and ecological perspectives. Cambridge, UK: Cambridge University Press. https://books.google.nl/books/about/Animal_Play.html?id=jkiTQ8dIIHsC 
5. Vygotsky, L. S. (1978). The role of play in development. Cambridge, MA: Harvard University Press. http://www.colorado.edu/physics/EducationIssues/T&LPhys/PDFs/vygot_chap7.pdf 
6. Evangelische Omroep (2017) Het geheime leven van 4-jarigen. https://www.npo.nl/het-geheime-leven-van-4-jarigen/VPWON_1265012 
7. Scherder, E. (2014). Laat je hersenen niet zitten. ISBN: 9789025304522
8. Wilson, T. D. (2014). Just think: The challenges of the disengaged mind. Science vol 345. http://science.sciencemag.org/content/345/6192/75/tab-pdf
9. Kwakkel-Scheffer, J.J.C. (2006). Het belang van spelen op school. In  Puur plezier op de basisschool (pp. 13-26). Leuven: Acco.
10. Kling & Horwich (1852). Chess Player, Volumes 1-4. Londen: R. Hastings. www.books.google.nl/books?id=KvgBAAAAYAAJ

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.